Wat bepaalt je stukprijs in serie?
Inkopers kijken begrijpelijkerwijs naar de kiloprijs, maar we geven hen vervolgens vooral mee: in serie telt alleen de stukprijs. En die wordt door meer opgebouwd dan alleen het materiaal.
Tussen kunststoffen onderling zitten grote prijsverschillen. Tussen POM en PEEK bijvoorbeeld zit al snel een factor tien of meer, en dat is geen uitzondering. POM is voor heel veel toepassingen het werkpaard: goed verspaanbaar, dimensioneel stabiel, sterk genoeg voor het meeste werk. Ook PA6, PETP of PE zijn in veel gevallen ruim voldoende. PEEK is technisch indrukwekkend, maar voor de meeste seriewerken overkill. De kunst zit in het kiezen van het voordeligste materiaal dat nog steeds aan je specificatie voldoet.
Naast de materiaalkeuze bouwen vier andere factoren mee aan de stukprijs:
- Bewerkbaarheid - Zachte kunststoffen zijn vaak lastiger te verspanen en zorgen voor snellere gereedschapsslijtage, wat je stukprijs opdrijft.
- Uitval en scrap - Materialen die zich instabiel gedragen tijdens het proces geven meer uitval, en elk afgekeurd stuk is verloren tijd én materiaal.
- Seriegrootte - Grotere series betekenen een lagere stukprijs, mits het proces stabiel draait. Bij instabiele processen werkt schaalvergroting juist tegen je.
- Nabewerking - Ontbramen, polijsten of conditioneren voegt kosten toe, maar is soms nodig om binnen spec te blijven. Welke nabewerking écht nodig is en welke je kunt laten vallen, scheelt op serie snel.
Bij ANKRO betrekken we bewerkbaarheid en nabewerkingen al bij het materiaaladvies en kostenplaatje. Zo voorkom je dat een materiaalkeuze die op papier voordelig lijkt, in de productie alsnog duurder uitpakt dan nodig. Tel je alles mee, dan krijg je een realistisch beeld.